arrow_rightarrow_righticon_excelicon_pficon_ppticon_wordmagnifier

Dinsdag 20 november

dinsdag 20 nov

Programma Verdiepingsdagen Oncologie || dinsdag 20 november

Ontbijtsymposia

07:30

Ontbijtsymposium I: Fight against female cancers

De behandeling van tumoren die grotendeels bij vrouwen voorkomen is volop in ontwikkeling. Steeds meer wordt bekend over specifieke tumoreigenschappen en meer middelen en behandelstrategieën   Lees meer..  

 

07:30

Ontbijtsymposium II: Longkanker 2018, wat is nieuw?

De behandeling van longcarcinoom is volop in ontwikkeling. Steeds meer wordt bekend over specifieke tumoreigenschappen en meer middelen en behandelstrategieën komen beschikbaar Lees meer..  

10:00

Opening Verdiepingsdagen Oncologie

Plenair programma

Voorzitter: Erik van Muilekom, verpleegkundig specialist, Antoni van Leeuwenhoek

10:15

Hoe organiseren we de zorg echt rond de patiënt?

Eva Gustafsson, head of Care Unit Radiotherapy, Karolinska University Hospital & Erna Elferink, sectormanager Ambulante Zorg,‎ Erasmus MC

During her career Eva Gustafsson has been involved with the Swedish National Association for Nurses in Oncology and part of the steering committee for five years. She has worked with OECI (Organization of European Cancer Institutes) in the process of accreditation of Comprehensive Cancer Centres and with EUSOMA (European Society for Breast Cancer Specialists) in the process since 2006.

Eva Gustaffson is employed at Department of Oncology, Karolinska University Hospital, Stockholm, Sweden since 1989. Current employment as head of Care Unit, Radiotherapy department, Theme Cancer Karolinska University Hospital since 2012.

Eva Gustafsson

Eva Gustafsson

Head of Care Unit Radiotherapy, Karolinska University Hospital, Denmark & Erna Elferink, sectormanager Ambulante Zorg, Erasmus MC

11:00

Pauze

11:30

Welke consequenties heeft het voor de praktijk als de afdelingsorganisatie wordt losgelaten?

Bert Fledderus, Projectmanager Proeftuinen MBO-HBO & Professioneel Opleiden, UMC Utrecht & Hanneke Jenje, operationeel manager Oncologisch Centrum Amsterdam (OLVG)

In navolging van de afdeling Orthopedie OLVG zijn we met het Mammateam van OLVG begonnen met de aanpassing van het multidisciplinaire zorgpad Borstkanker volgens de Patient Journeymethodiek. Doel van deze manier van verbeteren is de zorgverlening zo aan te passen dat deze  optimaal aansluit op de emotionele beleving van de patiënt. De patient journey is een weergave van wat een patiënt doet, ervaart en beleeft tijdens haar/ zijn zorgtraject. De kernvraag waar een patient journey antwoord op geeft is waar, wanneer en hoe het verschil te maken in de beleving van patiënten, met als doel een verbeterde beleving, vanuit (on)bewuste emotionele en/of latente behoeften. De patient journey kijkt vraaggericht – vanuit het doel van de patiënt- in plaats van aanbodgericht. Uiteindelijk is het doel onderscheidende en merkwaardige patiëntervaringen te bieden over het hele traject, in plaats van willekeurige (afhankelijk van wie men waar en wanneer treft binnen OLVG) voor een deel van het traject. Ons team, bestaande uit een vertegenwoordiging van alle medewerkers die een patiënt met borstkanker tegenkomen in het diagnose- en behandeltraject, wordt hierin begeleid door een speciaal opgeleid team van OLVG. Zij houden diepte-(belevings)interviews met een aantal patiënten die kortgeleden bij ons ziekenhuis zijn gediagnosticeerd en behandeld. Een weergave van de aanleiding, de aanpak en de learnings, so far.

Hanneke Jenje is vanaf 1999 werkzaam in de oncologische zorg. Op dit moment werkt zij als operationeel manager van de oncologische keten binnen OLVG en als coördinator bij het Oncologisch Centrum Amsterdam, de oncologische samenwerking tussen OLVG en het BovenIJziekenhuis.

Hanneke Jenje

Hanneke Jenje

operationeel manager Oncologisch Centrum Amsterdam (OLVG)

12:30

Lunch

Lunchmeeting I

12:45

Op weg naar een meer patiëntgerichte kijk op gezondheidszorg: een duik in Value Based Health Care (VBHC) en de PROM's voor uw dagelijkse praktijk

De gezondheidszorg vraagt steeds meer om een patiëntgerichte benadering. Het is niet verwonderlijk dat het aantal vragenlijsten van patiënten enorm is toegenomen. Lees meer.. 

12:45

Meet the Expert - lunchsessie

Ontmoet de spreker uit het plenaire ochtend programma en stel je vragen! Deelname alleen op basis van voorinschrijving. Indien u deze sessie wilt toevoegen aan uw inschrijving kunt u mailen naar: registration@congresscare.com

Eva Gustafsson

Eva Gustafsson

head of Care Unit Radiotherapy, Karolinska University Hospital

Erna Elferink

sectormanager Ambulante Zorg, Erasmus MC

Bert Fledderus

projectmanager Proeftuinen MBO-HBO & Professioneel Opleiden, UMC Utrecht

Hanneke Jenje

Hanneke Jenje

operationeel manager Oncologisch Centrum Amsterdam (OLVG)

Parallelsessie 1.1: Van inzicht tot actie

14:00

Landelijke registratie hersentumoren en kwaliteitscriteria gliomen aan de praktijk getoetst

Lea van Baest, verpleegkundig specialist Neuro-oncologie, ETZ Elisabeth || Ria de Peuter, adviseur, IKNL

In Nederland wordt elk jaar bij circa 1.300 patiënten een kwaadaardige, primaire hersentumor ontdekt. De gliomen vormen hiervan de grootste groep. De prognose van patiënten met een glioom is vooral afhankelijk van de graad van de tumor. Van de mensen met een laaggradig glioom is ruim 80% twee jaar na diagnose nog in leven. Bij patiënten met een hooggradige ziekte ligt dit percentage op ongeveer 50%. Glioblastoom, het meest voorkomende type, heeft de slechtste prognose. De Dutch Brain Tumour Registry (DBTR) is opgezet om de zorg voor patiënten met een neuro-oncologische aandoening inzichtelijk te maken. Daarmee draagt het register bij aan de kwaliteitsbewaking en -verbetering van deze zorg.
Naast de DBTR zijn in 2014 kwaliteitscriteria opgesteld voor diagnose, behandeling en begeleiding van patiënten met een glioom. In 2017 vond een evaluatie van de klinische praktijk plaats aan de hand van deze criteria. De resultaten tonen belangrijke verschuivingen in de zorg sinds de introductie van de kwaliteitscriteria. De zorg is gecentraliseerd en samenwerking tussen ziekenhuizen is toegenomen. Ook is het multidisciplinair overleg verder geprofessionaliseerd. De screening naar beperkingen en kwaliteit van leven bij patiënten en behoefte aan psychosociale zorg bij patiënten en hun naasten lijkt nog achter te blijven bij de criteria. Als aanspreekpunt voor patiënt en partner speelt de neuro-oncologie verpleegkundige en essentiële rol. Een verdiepende inventarisatie onder neuro-oncologie verpleegkundigen zal meer inzicht geven in mogelijke verdere verbeteringen. Ook de DBTR, waarin uitkomstmaten worden geregistreerd, kan een bijdrage leveren aan het objectief vaststellen van de kwaliteit van zorg voor patiënten met een glioom.

Ria de Peuter heeft na het afronden van haar studie Voedingswetenschappen aan de Wageningen Universiteit, diverse jaren gewerkt voor de farmaceutische industrie en consultancy. In deze periode hield zij zich met name bezig met de organisatie van klinische trials. Daarnaast heeft zij uitgebreide ervaring met kosteneffectiviteitsstudies en geneesmiddelenvergoedingsdossiers, met aandachtsgebied oncologie. Sinds een aantal jaren is Ria de Peuter adviseur bij het Integraal Kankercentrum Nederland. Vanuit haar rol is zij betrokken bij de neuro-oncologische zorg. Ze werkt hierin samen met de Landelijke Werkgroep Neuro-Oncologie. Een belangrijk onderdeel van deze samenwerking behelst de registratie van tumoren in de  Dutch Brain Tumour Registry en deelname aan de werkgroep kwaliteitscriteria gliomen.

Lea van Baest is eigenlijk noodgedwongen in de zorg terecht gekomen en er niet meer weggegaan. Na het behalen van haar inservice-opleiding tot A-verpleegkundige heeft zij in diverse ziekenhuizen gewerkt als verpleegkundige, waarbij ze veel praktijkervaring heeft opgedaan. Sinds 1997 werkt ze in het ETZ Elisabeth bij neurochirurgie. In 2012 is ze opgeleid tot verpleegkundig specialist neurooncologie. Lea van Baest is lid van de Landelijke Werkgroep Neuro-oncologieverpleegkundigen (LWNO-v). Vanuit de LWNO-v is ze betrokken bij het toetsen van de kwaliteitscriteria aan de praktijk.

Ria de Peuter

Ria de Peuter

adviseur IKNL

Lea van Baest

Lea van Baest

verpleegkundig specialist neuro-oncologie, ETZ Elisabeth

14:45

Bloed kruipt waar het niet gaan kan

Avinash Dinmohamed, postdoctoral researcher, IKNL

In Nederland worden hedendaags jaarlijks ruim 9.000 mensen geconfronteerd met een hematologische kankersoort. Op het diffuus grootcellig B-cel lymfoom (DLBCL) en het multipel myeloom (MM) na zijn alle hematologische kankersoorten zeldzaam in Nederland. Het hemato-oncologieregister van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) is een geschikt instrument om continu uitkomsten te meten over de incidentie, diagnostiek, inzet en uitvoering van behandeling, alsmede van de uiteindelijke resultaten ervan in de hemato-oncologie. Deze informatie over diagnostische profilering, risicoprofilering en therapeutische strategieën is belangrijk voor het toetsen van richtlijnadherentie en het evalueren van de therapeutische waarde en de kosteneffectiviteit van nieuwe, veelal dure, geneesmiddelen.

Avinash Dinmohamed werkt als postdoctoraal onderzoeker bij het Integraal Kankercentrum Nederland (IKNL). Voorts is hij voorzitter van het IKNL-tumorteam hemato-oncologie. Zijn onderzoek richt zich primair op de epidemiologie van hematologische kankersoorten in Nederland. Hierin werkt hij nauw samen met de Nederlandse Vereniging voor Hematologie (NVvH) en de Stichting Hemato-oncologie voor Volwassenen in Nederland (HOVON). Het hemato-oncologieregister van de Nederlandse Kankerregistratie (NKR) vormt de basis voor zijn epidemiologisch onderzoek. In 2016 promoveerde hij aan het Erasmus Universitair Medisch Centrum te Rotterdam op zijn proefschrift, getiteld: “The True Face of Myelodysplastic Syndromes and Related Neoplasms in The Netherlands: Studies based on population-based registries”.

Avinash Dinmohamed – Foto

Avinash Dinmohamed

postdoctoraal onderzoeker, IKNL

Parallelsessie 1.2: Hoe presenteer je jezelf?

14:00

Rolmodellen en leiderschap

Erik van Muilekom, verpleegkundig specialist, Antoni van Leeuwenhoek

Erik van Muilekom

Erik van Muilekom

verpleegkundig specialist urologie, Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis

14:45

Hoe presenteer je jezelf?

Philip Walkate, cabaretier, schrijver en presentator

Philip Walkate is presentatiecoach, cabaretier en overtuigingsexpert. In zijn workshop neemt hij je mee in de wereld van lichaamstaal, stemgebruik en contact maken.Of je nu beter wilt communiceren met patiënten en collega’s of tijdens een presentatie of vergadering zelfverzekerd over wil komen, vandaag leer je tips en trucs die je de rest van je carrière van pas zullen komen.

Philip Walkate

Philip Walkate

cabaretier, schrijver en presentator

Parallelsessie 1.3: What’s hot? Nieuwe behandelmethoden

14:00

Robotchirurgie

Menno Vriens, chirurg, UMC Utrecht

Menno Vriens is hoogleraar Endocriene Oncologische Chirurgie en houdt zich bezig met de zorg van en onderzoek naar patiënten met tumoren in hormoonproducerende organen, zoals de (bij)schildklier, bijnieren en de alvleesklier. Zijn presentatie gaat over de meerwaarde van innovatieve technieken als robotchirurgie in het algemeen en voor endocriene tumoren in het bijzonder.

Menno de Vries

Menno Vriens

chirurg, UMC Utrecht

14:15

CAR T-cellen

Margot Jak, internist-hematoloog, UMC Utrecht

Aandachtsgebieden:
• Multipel myeloom
• Non-Hodgkin lymfoom (B- en T-cellymfomen)
• Translationeel onderzoek naar nieuwe behandelingen voor multipel myeloom en lymfoom
• Klinische studies voor het ontwikkelen van nieuwe behandelingen voor B-celmaligniteiten

Haar presentatie zal gaan over de veelbelovende nieuwe therapie voor B-celmaligniteiten is cellulaire therapie met zogenaamde Chimeric Antigen Receptor (CAR) T-cellen. T-cellen van de patiënt worden buiten het lichaam genetisch gemodificeerd zodat er een T-cel ontstaat die de tumor herkent. Deze cellen worden weer teruggegeven aan de patiënt en ruimen de tumor (bv B-celleukemie of B-cellymfoom) op. De responsen die gezien worden in uitgebreid voorbehandelde patiënten zijn indrukwekkend, de (voorbijgaande) systemische en neurologische bijwerkingen en de kosten van CAR T-celtherapie echter ook. In deze presentatie zullen de verschillende aspecten van CAR T-celtherapie (productieproces en werkingsmechanismen CAR T-cellen, bijwerkingen, studies en toekomstperspectieven) worden besproken.

Margot Jak is opgeleid als internist-hematoloog en gepromoveerd in het AMC (Amsterdam). Ze werkt sinds medio 2016 bij de afdeling Hematologie van het UMC Utrecht Cancer Center.

Margot Jak

Margot Jak

internist-hematoloog, UMC Utrecht

14:30

Pathologie, meer dan het laatste woord!

Hans Blaauwgeers, patholoog, OLVG

Je zit in een MDO, maakt niet uit of dat nu het long-, mamma-, GE- of bijvoorbeeld urologie MDO is. En de patholoog zou niet bestaan. Je zou veel  sneller klaar zijn met het MDO dan nu, maar jouw patiënten zouden niet behandeld kunnen worden. Je hebt namelijk om te beginnen geen diagnose. Is dat verhoogde PSA nu het gevolg van ontsteking of heeft deze man prostaatkanker? Is die knobbel in de borst een haard mastopathie of toch borstkanker? En wordt dat ulcus in de maag veroorzaakt door carcinoom of lymfoom, of toch door een Helicobacterinfectie? En straks heb je de patholoog voor een diagnose misschien niet eens meer nodig. De diagnose wordt dan met behulp van beeldherkenningstechnologie gesteld op een gedigitaliseerd beeld. En als je dan een diagnose hebt, het is prostaatcarcinoom, borstkanker en maaglymfoom, hoe dan verder? Hoe agressief is die tumor in de prostaat: kun je rustig afwachten (lage Gleason-score, laag volume%) of moet je vanwege een hoge Gleason-score in biopten beiderzijds naar een ingrijpende therapie als een prostatectomie? Is het mammacarcinoom graad 1, 2 of 3 en wat is de receptorstatus, zodat je kunt besluiten  over eventuele neoadjuvante therapie. En hetzelfde geldt voor het maaglymfoom, laaggradig, primair maag of toch aanwijzingen dat het een uiting is  van een gegeneraliseerd hooggradig NHL? Zaken waarvoor je in het MDO de patholoog vragend aankijkt. Diens uitspraak bepaalt de behandelstrategie.
Dat geldt vervolgens ook als de patiënt geopereerd is. Wat is dan het pTNM-stadium en is er daarmee indicatie voor adjuvante therapie? Is er bijvoorbeeld een unforeseen N2-klier bij een niet-kleincellig longcarcinoom of zijn er na neo-adjuvante chemoradiatie voor een rectumcarcinoom toch nog tumorpositieve lymfklieren? En dan wil je in toenemende mate moleculaire diagnostiek, ofwel mutatie-analyse gedaan hebben op de gemetastaseerde tumor van je patiënt. Maakt het dan bijvoorbeeld niet meer uit wat voor tumor de patiënt heeft, want je vindt bijvoorbeeld een BRAF-driver mutatie. Of betekent dezelfde mutatie toch iets anders in geval van een melanoom, longcarcinoom of coloncarcinoom? En heb je voor dit onderzoek altijd weefsel nodig, of kan het ook in bloed bepaald worden (liquid biopsy)? Daarom ben je, zonder dat je je dit vaak realiseert, blij met je patholoog. Je krijgt een diagnose, histologische en immunohistochemische tumorkenmerken die je beleid bepalen en moleculaire en immunologische kenmerken, zoals PD-L1 status, die voorspellen of een tumor zal reageren op targetted therapy. En ja, als de patiënt dan toch helaas overlijdt, zal de patholoog je na de obductie nog wat laatste woorden over het ziektebeloop van uw patiënt vertellen, maar voor die tijd is zij of hij al meerdere malen met je in gesprek geweest. Over dit scala aan diagnostische, prognostische en predictieve aspecten van het werk van de moderne patholoog gaat deze voordracht.

Hans Blaauwgeers is afgestuurd aan het Erasmus MC te Rotterdam. Hij volgde zijn opleiding tot patholoog in het AMC Amsterdam. Hij werkt momenteel in het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG) in Amsterdam, waar hij gespecialiseerd is in longpathologie en gynaecopathologie.

 

Hans Blaauwgeers

Hans Blaauwgeers

patholoog, OLVG

14:45

Protonentherapie

Miranda Kramer, radiotherapeut-oncoloog, Universitair Medisch Centrum Groningen

Protonentherapie is een nieuwe therapeutische technologie waarbij gebruik wordt gemaakt van protonenstraling in plaats van fotonenstraling. Protonen zijn kleine deeltjes met een positieve elektrische lading. De fotonen- en protonenbehandeling is even effectief in de behandeling van tumoren. Het voordeel van protonen is dat de bestraling meer accuraat is. Protonen verliezen namelijk hun maximale energie op een bepaalde indringdiepte, in de zogenaamde Bragg-piek. Een verlaging van de stralingsdosis in omliggend gezond weefsel is het resultaat en dit kan voor de patiënt leiden tot een lager risico op bijwerkingen. De mate waarin de kans op bijwerkingen afneemt is voor iedere patiënt verschillend. Er zijn vier groepen indicaties geïdentificeerd, die in aanmerkingen komen voor protonentherapie. In het geval van kindertumoren, sommige tumoren van het oog of van de schedelbasis is er sprake van een standaardindicatie. Voor patiënten met hoofd/halskanker, borstkanker, longkanker of prostaatkanker geldt het model-based-indicatieprincipe. Door middel van een planningsvergelijking wordt een protonenbestralingsplan met een fotonenbestralingsplan vergeleken. Middels normaltissue complication probability (NTCP) wordt voor de individuele patiënt gekeken of protonentherapie daadwerkelijk zal resulteren in minder bijwerkingen. De andere indicaties zijn preventie van secundaire tumoren (jonge patiënten, goede prognose (borstkanker, ziekte van Hodgkin) en potentiële indicaties waarbij door middel van gerandomiseerde studies de meerwaarde van protonen moet worden aangetoond.

Miranda Kramer is radiotherapeut-oncoloog in het UMC Groningen. Na  haar studie geneeskunde en een traject van promoveren is zij in 2011  begonnen aan de opleiding tot radiotherapeut-oncoloog in het UMC Utrecht. Zij heeft haar opleiding in oktober 2016 voltooid en vervolgens is zij gaan werken in het UMC Groningen. Binnen de afdeling radiotherapie ligt haar aandacht bij de behandeling van patiënten met een neurooncologische tumor, de schedelbasistumoren en patiënten met een hypofysetumor. Zij behandelt thans zowel patiënten die met fotonen als ook  patiënten die met protonen worden bestraald. Haar researchactiviteiten liggen met name bij de neuro-oncologie, waarbij neuro-cognitie en de relatie  met stralingsdosis en radiologische veranderingen een speerpunt is.

Miranda Kramer

Miranda Kramer

radiotherapeut-oncoloog, Universitair Medisch Centrum Groningen

15:00

Nieuwe behandelmethoden nucleaire geneeskunde: radionucliden therapie bij prostaatcarcinoom

Jules Lavalaye, Nucleair geneeskundige, St Antonius Ziekenhuis

Met PSMA PET heeft de urologie een enorme nucleaire boost gekregen. Deze op prostaatcarcinoom gerichte scan maakt een recidief in een vroeg stadium zichtbaar, kan inzicht geven in uitbreiding van de ziekte voorafgaand aan therapie en kan richting geven aan radiotherapie. Het PSMA-bindend molecuul wordt voor beeldvorming gekoppeld wordt Gallium68 zodat het in de PET-scanner zichtbaar wordt. Het PSMA-bindend molecuul kan echter ook aan een bètastraler gebonden worden, bijvoorbeeld Lutetium144. Daarmee wordt een gerichte behandeling van metastasen prostaatcarcinoom mogelijk. De hoogactieve straling wordt dan gericht opgenomen op de plaatsen waar de meeste tumoractiviteit aanwezig is. Zo ontstaat een radionuclide therapie die zeer effectief is en weinig bijwerkingen kent. In Duitsland is hiermee uitgebreide ervaring. In Nederland heeft het UMCU al enkele patiënten behandeld met goed resultaat. Dit najaar start een groot wereldwijd onderzoek naar de waarde van Lu177 PSMA-therapie bij patiënten met gemetastaseerd prostaatcarcinoom. Wat al wel beschikbaar is sinds enkele jaren is radium 223  radionuclidentherapie voor botmetastasen. Dit is een soortgelijk verhaal. Botmetastasen zijn op de botscan zichtbaar. Door een stof te gebruiken die selectief door de botmetastasen wordt opgenomen, en dan lokaal straling afgeeft, is het mogelijk om de botmetastasen af te remmen. Doel hiervan is het voorkomen van progressie en verminderen van pijnklachten. Deze therapie is op dit moment op veel plaatsen in Nederland beschikbaar. Daarbij wordt deze therapie gebruikt in een steeds vroegere fase van de ziekte, niet alleen aan het eind van het behandeltraject. Radium 223 is patiëntvriendelijk, kent weinig bijwerkingen, en wordt in zes doseringen om de maand poliklinisch uitgevoerd.

Jules Lavalaye voltooide in 2001 zijn opleiding in het AMC Amsterdam met zijn promotieonderzoek: SPECT imaging in young patients with schizophrenia. Sinds 2005 is hij staflid nucleaire geneeskunde St. Antonius Ziekenhuis Nieuwegein en Ziekenhuis Rivierenland in Tiel met als aandachtsgebieden urologie en neurologie.

lava

Jules Lavalaye

nucleair geneeskundige, St. Antonius Ziekenhuis

15:30

Pauze

Parallelsessie 2.1: Ziekenhuisverplaatste zorg

16:00

Ziekenhuisverplaatste zorg: Wat betekent dit voor een ziekenhuis?

Wilma Bijsterbosch, programmamanager Ziekenhuisverplaatste zorg, UMC Utrecht

Wilma Bijsterbosch, MA MMI, MA ZEB, werkt als programmamanager Ziekenhuisverplaatste Zorg / Bureau zorgbemiddeling in het Universitair Medisch Centrum Utrecht. Zij neemt u in deze sessie mee hoe transferzorg efficiënter en eenduidiger georganiseerd kan worden. Dit vanuit kwaliteitstandaarden, organisatiebelang én vooral patiëntbelang. Aanvullend op verpleegkundige opleidingen volgde zij de master Management en Innovatie en de master Zorgethiek en Beleid. Gedurende vele jaren is zij werkzaam als verbinder tussen diverse zorgorganisaties op het gebied van integrale/ transmurale zorg.

Wilma bijsterbosch

Wilma Bijsterbosch

programmamanager Ziekenhuisverplaatste Zorg, UMC Utrecht

16:30

Effecten voor de thuiszorg

Karin Timm, verpleegkundig specialist intensieve zorg, Allerzorg

Langer thuis blijven wonen is het adagium van deze tijd. Het betekent dat ziekenhuisopname en/of ziekenhuisbezoek moet worden voorkomen waar  mogelijk en, indien onontkoombaar, zo kort mogelijk dient plaats te vinden. Dat gegeven stelt eisen aan de zorg voor- en na ziekenhuiscontact. Zorg die meestal in handen is van huisarts en wijkverpleegkundige. Wat betekent dat dan precies voor de thuiszorg? Welke (kwaliteits) eisen moeten en mogen worden gesteld en wie is waarvoor verantwoordelijk? Wat is de rol van de vaak niettransmuraal ingestelde zorgverzekeraar? De kant van de ‘zorg dichtbij huis’ wordt belicht.

Karin Timm is verpleegkundige in hart en nieren. Zij begon in 1985 in een Rotterdams ziekenhuis. In 1999 heeft ze haar specialisatie dermatologie afgerond, waardoor de passie voor huid en wondzorg meer werd aangewakkerd. Een tekort aan dermatologen in combinatie met een honger naar meer kennis zorgde voor een opleidingsplaats MANP. Deze heeft zij in 2004 afgerond. In 2015 verruilde Karin Timm na dertig jaar het ziekenhuis voor de thuiszorg, om daar de functie van VS als zelfstandig behandelaar meer vorm te geven.

Karin Timm

Karin Timm

verpleegkundig specialist intensieve zorg, Allerzorg

Parallelsessie 2.2: Spiritualiteit; hoe ga je er in de praktijk mee om?

16:00

Gesprekken met de ongeneeslijk zieke patiënt over de dingen die echt van waarde zijn

Carlo Leget, hoogleraar Zorgethiek en bijzonder hoogleraar Palliatieve Zorg, Universiteit van Humanistiek || Mecheline van der Linden, klinisch psycholoog en opleider, VU medisch centrum

Het kwaliteitskader Palliatieve Zorg Nederland (2017) spreekt over de noodzaak van effectieve communicatie teneinde ruimte te creëren voor een  humaan en waardig afscheid. Niet alleen speelt effectieve communicatie een cruciale rol in het contact met de ongeneeslijk zieke patiënt en de naasten, maar ook binnen het multidisciplinaire team dat de palliatieve zorg verleent. In deze parallel sessie zal kennisoverdracht plaatsvinden van actuele evidence based literatuur en psychologische interventies op het gebied van communicatie in de palliatieve zorg. De Emotionally Focused Therapy– interventie (EFT; Sue Johnsson, 2009) is effectief om het contact van patiënt met belangrijke anderen te herstellen. Het model van de Ars Moriendi (AM; C. Leget, 2012) biedt handvatten om de patiënt met vijf domeinen bij kwaliteit van sterven te begeleiden. Aan patiënt, naasten en de zorgdisciplines, wordt zo de gelegenheid geboden de kwaliteit van sterven te bevorderen. Het Managing Cancer And Living Meaningfullymodel van Rodin (CALM; Rodin, 2014) wordt besproken in bruikbaarheid voor de palliatieve praktijk. Op interactieve wijze kunnen deelnemers casuïstiek inbrengen die als complex ervaren wordt in de dagelijkse klinische zorg voor palliatieve patiënten. De deelnemers kunnen zo vaardigheden opdoen en handvatten aangereikt krijgen uit deze modellen en de EFT-interventie.

Mecheline van der Linden is aan de Vrije Universiteit opgeleid tot psycholoog en gepromoveerd in 1994 aan de Universiteit van Amsterdam op ‘De werkrelatie tussen cliënt en therapeut’. Sinds 1996 is ze werkzaam in het VUmc bij de afdeling Medische Psychologie, waarna 10 jaar als staflid bij de afdeling Medische Oncologie. Sedert 2000 is ze werkzaam in de oncologie in patiëntenzorg, onderwijs, onderzoek en bestuurswerkzaamheden. Ze  zet zich in voor professionalisering van de psycho-oncologie als deelnemer in de werkgroepen van het Nationaal Programma Kankerbestrijding  (2005-2010) en van 2008 tot 2013 als voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Psychosociale Oncologie (NVPO). Mecheline van der Linden is actief betrokken bij het snel ontwikkelende veld van de psycho oncologie in haar integratie met de medische zorg in onderwijs, richtlijnen, wetenschap en onderzoek. In 2013 organiseerde ze met de NVPO en The International PsychoOncology Society (IPOS) het IPOSwereldcongres in Rotterdam. Van 2007 tot 2016 was ze voorzitter van de stichting Verdriet door je Hoofd (www.kankerspoken.nl ), die de belangen behartigt van kinderen met een ouder met kanker. Momenteel is ze bestuurslid van de Nederlandse Vereniging voor Oncologie. Zij geeft landelijk onderwijs en lezingen over allerhande onderwerpen rond patiënten met kanker voor verschillende disciplines; artsen, verpleegkundigen, fysiotherapeuten etc. Zij heeft het initiatief genomen om de effectieve interventie Emotional Focused Therapy (EFT) toe te passen in de palliatieve oncologische zorg. Zij is auteur van verschillende artikelen en hoofdstukken in boeken. Onder haar redactie is eind 2016 het boek: ‘Psychosociale zorg in de oncologie; een praktijkboek voor artsen’ verschenen.

Carlo Leget (1964) is hoogleraar Zorgethiek aan de Universiteit voor Humanistiek in Utrecht. Daarnaast is hij bijzonder hoogleraar Ethische en Spirituele Vragen in de Palliatieve Zorg vanuit het IKNL en de AHzN. Na zijn promotie in de theologie (1997) werkte hij achtereenvolgens aan de Katholieke Theologische Universiteit te Utrecht, het RadboudUMC en Tilburg University. Carlo Leget is onder meer lid van de Gezondheidsraad, bestuurslid van Palliactief, en vicepresident van de European Association for Palliative Care.

Mecheline van der Linden

Mecheline van der Linden

klinisch psycholoog en opleider, VU medisch centrum

Carlo Leget (klein)

Carlo Leget

hoogleraar Zorgethiek en bijzonder hoogleraar Palliatieve Zorg, Universiteit van Humanistiek

Avondsymposium

18:30

Supportive care bij specifieke problemen van onze kankerpatiënten

Nieuwe mogelijkheden bij misselijkheid en braken & Obstipatie bij morfine gebruik. Lees meer..